dinsdag 2 september 2008

Hindernisrace over het fietspad

Vanochtend 2 september 2008 was het weer zover: een van de vele dagen dat ik naar school fiets vanuit Drunen naar Waalwijk. Daarbij rijd ik over het Halvezolenpad, een onlangs aangelegd fietspad recht van Waspik tot in Drunen. Maar wat een tocht rechtstreeks van het ene naar het andere punt had moeten worden, werd een ware survivaltocht. . .


Het bewuste fietspad met wat hoge mensen bij de inhuldiging.

Het is misschien nog niet duidelijk waar ik het over heb. Nou, ik heb het over de schoolgaande jeugdelingen op weg naar hun school, die met hun trapmobielen hetzelfde fietspad begaan als dat waar ik over rijd. En dit is nou net waar de ramp begint!

Mijn overlevingsreis, begonnen met goede moed, startte al bij de molen in Drunen. Nu komen daar enkele paden bij elkaar uit: eentje vanuit Drunen en eentje vanuit d'n Elshout, die beide het lange Halvezolenpad kruisen. Wel, van links vanachter wat struiken kwamen twee wupjes – ja, dat betoog hebben we reeds gehad in een vorige editie – ongegeneerd met enkele kilometers per uur het fietspad op gedraaid. In de reflex waarmee ik hen ontweek, reed ik bijna bovenop een horde andere wuppen jeugdige medeweggebruikers, die het verstandig vonden, midden op het fietspad – en nee, niet ernaast op het gras, waar toevallig wel heel veel plek was – hun vriendjes en vriendinnetjes op te wachten.

Toen ik eenmaal aan hen ontkomen was, bleek het zo te zijn dat er van de ruimte tussen hen en de andere kant van het fietspad niet veel meer overgebleven was dan een dunne strook voor één fietser. Niets mis mee, hoor ik je denken, behalve als er twee jongetjes zonder schaamte recht op me af komen rijden, door dezelfde smalle ruimte, een hele rits Turkse scheldwoorden hunnerzijds tot gevolg.

Zoiets kan gebeuren, dacht ik toen nog. Maar in de verte doemde een kudde make-up-dozen op in rijen van vijf. En gezien het fietspad ontworpen is voor verkeer in beide richtingen, was er voor mij, die inmiddels de rechterflank tegemoet reed, nog maar weinig plek over. Na een ontwijking die vooral te danken was aan geluk, stuurde ik van het gras het fietspad weer op.

Van de schrik bekomen en in gestaag tempo verder rijdend, kwam ik op het gedeelte van het fietspad tussen mijn school en het RKC-stadion. Met andere woorden, ik was aanbeland in SG De Overlaat-land. Het land waar meiden elkaar onderling 'jonguh!' noemen en de echte jongens een aanspreekvorm voor elkaar hebben ontwikkeld die steevast eindigt met een ziekteverwensing. Het is op dit stuk fietspad gebruikelijk dat men willekeurig zowel links als rechts rijdt, waaraan toegevoegd moet worden dat de gemiddelde snelheid onder die van de rollator ligt. En aangezien ik gewoonlijk nog wel op tijd op school wil zijn, zette ik een tandje bij en begon het Herculeswerk van het inhalen. Na enkele keren langsscherende scooters en een medley van brugklassers, rokende 12-plussers en verrassend mannelijk schreeuwende dames – en daarop toe nog een verdwaalde wielrenner die 's ochtends om acht uur nog even met 40 over het fietspad dacht te kunnen rijden – ontweken te hebben, naderde ik eindelijk het doel: het Dr. Mollercollege te Waalwijk.

Laat ik deze wellicht eindeloze tirade besluiten en je de overige midden op het fietspad op hun vriendinnen wachtende dames besparen, alsook de jongens die gauw door rood oversteken omdat-het-zo-stoer-is, en de basisscholiertjes die op de vouwstep met een rugzakje en een appel opeens voor je op het pad verschijnen. Eén ding wil ik nog wel aan dit alles toevoegen: weet waar je aan begint, als je 's ochtends naar school rijdt.